|
Om
een gemiddeld prooidier te simuleren, kun je gebruik maken van:
60%-70% spiervlees (incl.
vet/huid/vacht)
10%-20% orgaan
10%-20% bot
10%-20% overige
Je gaat als basis uit van 3%-5% van het totaalgewicht van een volwassen kleine tot
middelgrote hond en 2%-3% van het totaalgewicht van een volwassen
(middel)grote hond. Ervaring met kleine honden is dat men beter kan
beginnen met 2,5% en dan langzaam opbouwen, dan meteen al tussen de
3%-5% te voeren. Vaak is dat teveel en afhankelijk van leeftijd en
fysieke beweging. Uiteraard geldt dit ook voor een grote hond.
Voor het berekenen van pups gelden andere totaalpercentages.
Hierover meer in Omschakelen
deel 2.
Berekening volwassen hond van 34 kilo:
34 kilo x 2% = 680 gram per dag
Per week:
680 gram x 7 dagen per week = 4760 gram weektotaal
Hoe bereken ik dit weektotaal naar een prooidier per week?
4760 gram x 70% = 3332 gram spiervlees
4760 gram x 10% = 476 gram orgaanvlees
4760 gram x 10% = 476 gram bot
4760 gram x 10% = 476 gram overige
Binnen
het Natural Raw Feeding ligt
de nadruk op het voeren van dik bevleesde karkassen en prooidieren.
Globaal voer je 3-4 dagen per week 30-40% dik bevleesde karkassen,
eventueel op die dag aangevuld met spiervlees en/of orgaan. Dit kun je
afwisselen met prooidieren. Op de overige 'botloze' dagen kun je een
maaltijd vis, vuile pens of een dag spiervlees eventueel aangevuld met
'overige' geven.
Dit
zijn richtlijnen, geen verplichtingen en afhankelijk van hoe de hond op
de voeding reageert, stellen we bijvoorbeeld het botpercentage naar
boven tot gemiddeld 15%. Sommige honden hebben meer dan 15% bot per week
nodig. Weer andere honden raken verstopt als ze meer dan 10% en zelfs
15% bot moeten verteren. Teveel bot en te kale karkassen werken
stoppend, waardoor al gauw krijtpoep en moeilijk ontlasten ontstaat. Dat
is voor één maaltijd niet zo’n ramp, maar als dit veelvuldig
voorkomt, is het zaak je menu erop aan te passen om verdere
spijsverteringsproblemen te voorkomen. Dat
is een voordeel van zelf samenstellen. Geen 1 hond is hetzelfde, net als
de mens eigenlijk. Je leert dan ook als eerste naar de ontlasting van je
hond te kijken. Als volleerd 'poepkijker' kun je zo het
omschakelingsproces van je hond perfect in de gaten houden.
Spiervleessoorten
Rundvlees, paardenvlees, lamsvlees, geitenvlees, kipfilet,
kalkoenvlees, hertenvlees etc.
Dit is het meest gangbare aan 'los' spiervlees. Het invoeren van
meerdere spiervleesdagen per week raden wij af. Dit is
tegennatuurlijk en niet in balans. Hiervoor in de plaats zou je dik
bevleesde karkassen kunnen geven, aangevuld met een klein deel
spiervlees of orgaan. Je mag een maaltijd spiervlees vervangen door
vuile pens, aagenzien dit een prima calcium/fosfor balans heeft.
Orgaansoorten
Introduceer niet te snel een nieuwe diersoort
en zeker niet teveel orgaan in één keer.
Na een dag of 4 kun je wisselen met hetgeen wat je hond al kent aan
vlees-/karkassoorten en zou je elke
week een nieuwe vlees-/karkassoort kunnen toevoegen. Je komt dan uit op
het toevoegen van 1 nieuwe diersoort per week, waarvan de organen nog in
het karkas zitten. Of je voegt zelf orgaan toe aan een karkasmaaltijd.
De belangrijkste organen die je hond per week binnen moet krijgen zijn
lever en nier. Voer je losse organen, dan is het een optie om 2-3 x per
week organen in een weekmenu te verwerken.
Berekening
nier, lever en hart van het
orgaanpercentage 10% per week
Lever
en nier geef je als richtlijn 1x per week:
50 gram lever per 10 kilo hond per week
20 gram nier per 10 kilo hond per week
Berekening volwassen hond van 34 kilo: totaal per week 476 gram = 10%
hond 34 kilo = 50:10x34= 170 gram lever per week
hond 34 kilo = 20:10x34= 68 gram nier per week
Andere
organen waarmee aangevuld kan worden tot 10% per week zijn hart, long, strotten (vallen bij de
berekening onder RMB's), testikels, maagjes, tong, milt, darmen,
pancreas, hersenen, ogen, huid etc.
Bij voorkeur geef je organen van wild of in kleine intacte prooidieren
en indien mogelijk biologische organen van dieren als rund, lam, geit,
(wild)gevogelte en klein wild.
Vuile pens mag je aanvullen als een maaltijd los spiervlees of bijtellen als orgaan tot 20%.
In het Natural Raw Feeding valt vuile pens onder spiervlees en wordt niet in de orgaanberekening meegenomen. Als je pens wel meerekent als orgaan, voer je gemiddeld 20% orgaan per week. Je trekt dan een maaltijd spiervlees af van het spiervleespercentage.
Nogmaals,
dit zijn RICHTLIJNEN waarvan afgeweken kan worden naar gelang de
activiteit en leeftijd van de hond. Lever is in deze een belangrijk
orgaan, waarvan het niet verstandig is dit in de vastgestelde
percentages ver te overschrijden. De hoeveelheid nier volstaat al als men
regelmatig een prooidier per week kan geven. Hart is voor
honden die zeer actief sport of werk verrichten of voor pups in de groei
een nuttig orgaan en een
maaltijd spiervlees per week mag door hart vervangen worden. Voor deze
categorie honden evenals voor pups mag het percentage lever ook iets
opgeschroefd worden. Echter, honden met nierschade hebben meer baat bij het minimaliseren van
het percentage orgaan naar 5-8% per week. En dan is het nuttig om enkel
organen uit karkassen te voeren en lever van kleine prooidieren. Vuile
pens is een waardevol onderdeel van het menu, omdat het
gelijkwaardige calcium/fosfor gehalte hiervan makkelijker te filteren is
voor de nieren dan spiervlees dat extra bij de karkassen wordt gevoerd.
Voor deze categorie honden is het dan zinvol om naast de dik bevleesde
karkassen vuile pens te voeren in plaats van los spiervlees.
Botsoorten
Geef nooit kaal bot! Geef het rauw en kook het nooit! Dit in verband met
het veranderen van de structuur van het bot na verhitting, waardoor het splintert en niet goed
meer verteert.
Geef altijd dik bevleesde karkassen. De verhouding van zo’n karkas
moet minstens 50/50 zijn en bij voorkeur 70/30 of 80/20 (incl.
vet/huid/vacht). Dus een karkas
bestaat minstens uit 50% spiervlees en 50% bot. Bij deze verhouding geef
je een derde los spiervlees, wat orgaan en/of overige bij om
verteringsproblemen voor te zijn.
Bij voorkeur bestaat zo’n karkas uit 70% spiervlees en 30% bot of uit
80% spiervlees en 20% bot (incl.
vet/huid/vacht), eventueel met orgaan en/of overige (gezonde
tafelresten zoals groentes, pitten/zaden etc.).
Teveel bot en te kale karkassen werken stoppend, waardoor al gauw
krijtpoep en moeilijk ontlasten ontstaat. Dat is voor één maaltijd
niet zo’n ramp, maar als dit veelvuldig voorkomt, is het zaak je menu
erop aan te passen om verdere ontlastingsproblemen te voorkomen.
Wat zijn dik bevleesde
karkassen?
Karkassen van gevogelte zoals kip, eend, parelhoen, kwartel, fazant,
duif.
Karkassen van kleine zoogdieren zoals konijn, haas.
(Van gevogelte en kleine zoogdieren kunnen alle onderdelen gegeven
worden, uiteraard ook in zijn gehele staat als prooidier, dus met huid
en haar.)
Karkassen van grotere zoogdieren zoals lam, geit, kalf:
Ribben, rugdelen, schouders, koppen, staarten.
Bij voorkeur onderdelen van zeer jonge dieren.
Vis
Vette zoutwater vissoorten zoals haring (ongepekeld), makreel, sprot
en (wilde) zalm. Maar ook de mager vette zoutwater vissoorten
kunnen gegeven worden, zoals mul, poon, sardien, schol, tarbot, tonijn
en de magere zoutwater vissoorten, zoals kabeljauw(kop), koolvis,
schelvis, tilapia, tong en wijting. Dit kan afgewisseld worden met
zo af en toe zoetwatervis, zoals forel. Het advies is om zoetwatervis
minimaal 10 dagen in te vriezen in verband met parasieten. Na die
invriesperiode kun je het zonder problemen aan je hond geven.
Overige
Indien je hond het lekker vindt en er goed op reageert, kun je het volgende als 10%-20% Overige
geven:
verse kruiden;
kiemen;
noten, zaden en pitten;
groentes (gezonde tafelresten of gepureerde rauwe groentes);
fruit;
honing;
eieren;
gefermenteerde zuivel (kefir, geitenyoghurt/geitenkarnemelk, cottage
cheese).
Voor een bepaalde groep rauw voerders die geen van de Overige bijvoeren,
valt dit onder supplementeren. In alle boeken valt te lezen dat dit
onder de normale voeding van de hond valt. Supplementeren is het dus
zeker niet. Dat is wat je doet met pilletjes en poedertjes, indien je
hond dat 'nodig' heeft.
De doelstelling van deze vormen van ruwe vezel is om 'huid en haar' van
een prooidier te vervangen en hebben de volgende functie:
- anti-oxidante werking
- immuun versterkend
- ontstoren van organen zoals lever en nier
- goede darmwerking
- mineralenaanvuller
- ontzurende werking
- vochtafdrijvend
- anti-septische werking
- pigment versterkend
- vachtbevorderend
- worm- en parasiet afdrijvend
Onder de term 'het vervangen van huid en haar':
valt alles dat als ruw vezel kan dienen om vacht, hoefjes, nagels,
veren, snavels, tanden etc. mee na te bootsen.
De meeste eigenaren bootsen een prooidier na en zijn niet in de
gelegenheid dagelijks volledige prooidieren te voeren. Vaak wordt
gezegd
als je prooidieren met huid en haar voert, dat geen van de
bijvoedingen nodig zijn. Echter, de kwaliteit van een brokgevoerd
prooidier is gelijk aan die van een bio-industriedier, ook al heeft
het
huid en haar.
Indien je hele prooidieren geeft, zou het perfect zijn als dit van hoge
biologische waarde is. 'Alles' wat een hond nodig heeft aan
vitamines en
mineralen, zit in principe in een intact prooidier van
zeer hoogwaardige
biologische kwaliteit.
Meer
over RMB's, orgaan en prooidieren, lees:
Lees
dit ook goed door! - Omschakelen naar rauwe voeding
Omschakelen
naar rauwe voeding (deel 2)
Vasten
Bron & Copyright:
www.rauwevoedingvoorhonden.nl
Terug
naar beginpagina
|